Voor een goede kaasplank kies je minstens drie tot vijf kazen die van elkaar verschillen in smaak, textuur en rijping: bijvoorbeeld een milde jonge kaas, een romige geiten- of schapenkaas en een pittige oude kaas. Zo proef je een opbouw van zacht naar krachtig, in plaats van steeds dezelfde smaak in net iets andere vorm.
Voor een gezellige borrel is drie tot vier soorten ruim voldoende. Organiseer je een uitgebreide proeverij, dan kun je uitbreiden naar vijf à zes soorten. Meer is niet per se beter: het gaat om variatie in smaak en textuur, niet om het aantal blokjes op de plank.
Leg de kazen zo neer dat je van mild naar pittig kunt proeven: begin bij een jonge, romige kaas en eindig bij een oude of kruidige kaas met meer karakter. Zo raakt je smaak niet overweldigd voordat je bij de subtielere kazen bent.
Een plank met alleen koekaas mist variatie. Voeg een romige geitenkaas toe voor een frissere toon en een schapenkaas voor een vollere, ronde afsluiter. Deze combinatie van koe, geit en schaap laat gasten in één keer het verschil proeven tussen de drie soorten.
Dien je de kaasplank als borrelhap naast andere hapjes, reken dan op ongeveer 75 tot 100 gram kaas per persoon. Is de kaasplank het hoofdgerecht van de avond, ga dan uit van zo’n 150 tot 200 gram per persoon. Ook dit is een richtlijn: pas de hoeveelheid aan op het aantal andere gerechten.
Een kaasplank wordt afgemaakt met de juiste begeleiders: mosterd of een kaasdip voor een frisse tegenhanger, vijgenbrood of honing voor een zoete noot, en eventueel noten of druiven voor bite en frisheid.
© 2004 - 2026 Henri Willig Kaas