Hoe langer een kaas rijpt, hoe minder lactose hij van nature bevat: tijdens het rijpingsproces zetten melkzuurbacteriën lactose om in melkzuur. Oude en belegen kazen (van koe, geit of schaap) bevatten daardoor van nature nog maar een minimale hoeveelheid lactose. Jonge en verse kazen bevatten juist het meest.
Bij het maken van kaas wordt melk gestremd en laten kaasmakers melkzuurbacteriën hun werk doen. Deze bacteriën zetten de melksuiker (lactose) om in melkzuur. Hoe langer een kaas rijpt, hoe meer van deze omzetting heeft plaatsgevonden en hoe minder lactose er overblijft. Bij stevig gerijpte kazen is dat proces vrijwel compleet.
Geitenkaas bevat van nature vaak iets minder lactose dan koemelkkaas, en de kleinere vetmoleculen worden door sommige mensen als lichter verteerbaar ervaren. Dit betekent niet dat geitenkaas automatisch geschikt is bij een lactose-intolerantie. Daarvoor blijft de mate van rijping doorslaggevend.
Twijfel je? Check altijd het etiket van het specifieke product.
Dit artikel geeft algemene informatie over kaas en lactose, gebaseerd op het rijpingsproces van kaas. Het is geen medisch advies. Heb je een vastgestelde lactose-intolerantie? Controleer dan altijd de verpakking van het specifieke product en overleg bij twijfel met je huisarts of diëtist.
© 2004 - 2026 Henri Willig Kaas